1) Voor een periode van 3 maanden of minder
In dit geval zal het recht op de tegemoetkoming niet herzien worden. De persoon met een handicap kan dus zijn volledig beroepsinkomen cumuleren met zijn tegemoetkoming aan personen met een handicap.
De periode van 3 maanden wordt bekeken per kalenderjaar, ze kan dus opgesplitst worden in verschillende korte periodes.
Als de periode van beroepsactiviteit minder dan 3 maanden per kalenderjaar bedraagt dan zal er geen herziening uitgevoerd worden zelfs als het inkomen met 20% gestegen is.
2) Voor een periode langer dan 3 maanden
In dit geval zal het recht op de tegemoetkoming herzien worden op 31 december van het jaar voor zover het belastbaar inkomen met minstens 20 % gestegen of gedaald is ten opzichte van het inkomen van het voorafgaande kalenderjaar.
2.1 De persoon met een handicap beschikt gedurende de jaren -2/-1 over geen andere inkomsten dan zijn tegemoetkoming aan personen met een handicap: het recht op de tegemoetkoming wordt herzien op de eerste dag van het tweede trimester dat volgt op dit van de tewerkstelling, met een opnieuw samenstellen van de inkomsten.
2.2 De persoon met een handicap beschikt naast de tegemoetkoming nog over andere inkomsten:
Die “andere inkomsten” kunnen bijvoorbeeld vervangingsinkomens zijn (die de persoon met een handicap gedurende een gedeelte van het jaar genoten heeft) zoals de werkloosheidsvergoeding, mutualiteitsuitkering, pensioenen.
Het recht op de tegemoetkoming wordt herzien op 31 december van het jaar van de tewerkstelling voor zover de inkomsten gestegen zijn met 20% ten opzichte van het inkomen van het voorgaande kalenderjaar.
Vervolgens wordt een herziening geprogrammeerd op 31 december van het volgende kalenderjaar om rekening te kunnen houden met de inkomsten van een volledig kalenderjaar.
Deze pagina werd nagekeken op 09/04/2009.